Transitievergoeding: schrale troost of wassen neus?

Op 1 juli 2015 is de Wet Werk en Zekerheid (Wwz, ook wel “het nieuwe ontslagrecht”) in werking getreden.

Schrale troost?
De invoering van deze wet belooft werknemers met een contract voor bepaalde tijd (tijdelijk contract) de schrale troost van het recht op een (kleine) transitievergoeding bij beëindiging van het dienstverband ter compensatie van het moeten zoeken van een nieuwe baan. Dit zou tevens een prikkel voor werkgevers moeten zijn om tijdelijke werknemers eerder en vaker een contract voor onbepaalde tijd (vast contract) aan te bieden, aldus de Rijksoverheid.

Of wassen neus?
Door invoering van de Wwz bevat artikel 668a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (art. 7:668a BW) de nieuwe ‘ketenregeling’. Deze houdt in dat wanneer twee of drie tijdelijke contracten elkaar opvolgen (met eventuele tussenpozen van minder dan 6 maanden) en het dienstverband (inclusief de eventuele tussenpozen) daarmee een duur van 24 maanden overschrijdt dat er vanaf deze 24 maanden + 1 dag sprake is van een vast contract. Bij een vierde opeenvolgend contract (met eventuele tussenpozen van minder dan 6 maanden is er direct sprake van een vast contract. Een werknemer kan dus maximaal 24 maanden op basis van tijdelijke contracten werken (enkele uitzonderingen daargelaten).

Artikel 673 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (art. 7:673 BW) regelt het recht op de transitievergoeding. Lid 1 onder 3° bepaalt dat er (onder andere) recht op een transitievergoeding bestaat wanneer een tijdelijke contract afloopt (beëindiging van rechtswege) en deze, op initiatief van de werkgever (met een eventuele tussenpoos van minder dan 6 maanden) niet wordt verlengd of opgevolgd door een nieuwe arbeidsovereenkomst. Mits het dienstverband minimaal 24 maanden heeft geduurd.

Een wassen neus!
Je voelt hem al aankomen; een tijdelijk dienstverband kan maximaal 24 maanden duren en het recht op transitievergoeding bestaat pas wanneer een dienstverband minimaal 24 maanden heeft geduurd. Dat bijt elkaar. Daarbij is het voor een werkgever natuurlijk kinderlijk eenvoudig om het dienstverband dan maar één of twee dagen korter te laten duren om zo de verplichting van het betalen van een transitievergoeding te ontlopen.

De invoering van de transitievergoeding lijkt me dus nauwelijks een prikkel voor werkgevers om vaste contracten aan te bieden. Integendeel zelfs. Voor werkgevers die niet- of laaggeschoold personeel in dienst hebben, of wanneer er een voldoende aanbod aan gekwalificeerd personeel is, en wanneer personeel dus redelijk makkelijk inwisselbaar is, is het voordeliger om de transitievergoeding te ontlopen met een dienstverband van net-iets-korter-dan-24-maanden, dan om een werknemer in vaste dienst te nemen met de garantie dat je hem (een hogere) transitievergoeding moet betalen als je ooit nog van hem af wilt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s